4.3 Maatschappelijk Verdienvermogen

Het opstellen van de gezamenlijke KIA’s op de vier missiethema’s bracht een aantal overkoepelende, generieke vraagstukken met betrekking tot transities in beeld. Die vraagstukken gaan bijvoorbeeld over hoe transities te organiseren, hoe waarde te creëren met maatschappelijke verandering, en hoe innovaties maatschappelijk in te bedden en op te schalen. Kort gezegd: maatschappelijk ingebed verdienvermogen.

Om een veerkrachtige maatschappij te creëren die aan de slag gaat met de missies en die transities realiseert in een gezond economisch klimaat, is het van belang om deze randvoorwaardelijke vraagstukken in samenhang te bestuderen. Daarom zijn ze samengebracht in een zesde KIA met een eigen agenda, die ondersteunend is aan de KIA’s van de vier missiethema’s en aan de sleuteltechnologieën.

KIA Maatschappelijk Verdienvermogen De missies formuleren ambities om grootschalige maatschappelijke veranderingen te realiseren binnen zeer korte tijd. Het Missiegedreven Innovatiebeleid kent daarmee een fundamentele wijziging ten opzichte van eerder innovatiebeleid. Er wordt nu zeer sterk richting gegeven aan het innovatieproces en er moet sneller dan normaal opgeschaald worden. In de KIA Maatschappelijk Verdienvermogen staat de volgende vraag centraal: hoe kunnen innovatie en transitieprocessen versneld worden om de missies binnen de gestelde tijdshorizon daadwerkelijk te realiseren?

De focus ligt daarbij op het begrijpen en ondersteunen van de versnelde opschaling van innovaties binnen missiegedreven innovatiesystemen (het stelsel van missiegedreven innovatie en transities). Opschaling van innovaties ten behoeve van maatschappelijke uitdagingen is niet simpelweg een kwestie van het inzetten van hetzelfde product bij zoveel mogelijk gebruikersgroepen. Maatschappelijke transities vragen om het toepasbaar maken, het inbedden, van innovaties in regionale en lokale contexten. De hoofdlijnen van het programma gaan in op de elementen die de dynamiek van missiegedreven innovatiesystemen bepalen, en die van invloed zijn op de inbedding van innovaties:

  • probleemgericht in plaats van oplossingsgericht innoveren;

  • rollen, belangen en coördinatie;

  • mix van technologische en niet-technologische oplossingen;

  • gebiedsgericht ontwikkelen en inbedden;

  • governance.

Aanpak KIA MV en de rol van de creatieve industrie De KIA Maatschappelijk Verdienvermogen stelt drie samenhangende programmalijnen voor om de kennis over en het begrip van transities te vergroten. Het programma onderzoekt interventies in de praktijk en ontwikkelt nieuwe methoden en strategieën op basis van de opgedane inzichten. Voor de creatieve industrie levert dit programma nuttige kennis op om haar toolbox van KEM’s rondom transities uit te breiden (onderzoek). Daarnaast biedt het kansen om bestaande methoden en strategieën in te zetten ten behoeve van marktcreatie (pilots) en om een rol als change agent te vervullen (opschaling). De drie programmalijnen en het belang voor de creatieve industrie zijn als volgt samen te vatten:

1. Onderzoeksprogramma naar de typische dynamiek van missiegedreven innovatiesystemen, met aandacht voor het begrijpen van de invloed van (regionale) condities en de vele actoren, en voor dilemma’s rondom bijvoorbeeld wenselijkheid van innovaties, combinaties van sociale en technologische innovatie, gedrag, besluitvorming, beleidsinstrumenten en verdeling van middelen. De kennis uit het onderzoeksprogramma levert input voor de (door)ontwikkeling van KEM’s waarmee doelgerichte interventies voor transities ontwikkeld kunnen worden, onder andere in de categorieën:

  • Systeemverandering: inzicht in de werking van systemen en de invloed van verschillende condities levert richtingen op voor de ontwikkeling van mensgerichte en vraaggestuurde interventies en systemische oplossingen.

De cases Smart Energy Cities en Fieldlab Sociale Cohesie laten voorbeelden zien van aanpakken van mensgerichte systeemverandering.

  • Waardecreatie en opschaling: om maatschappelijk verantwoord innoveren concreet vorm te geven, is het ontwikkelen van nieuwe businessmodellen waarmee innovaties zowel economische als maatschappelijke meerwaarde genereren, een essentieel proces.

De cases CIRCO en Fieldlab UPPS tonen methoden van waardecreatie als onderdeel van een ontwerpende aanpak.

2. Valideren, doorontwikkelen en toepassen van interventiestrategieën voor het versnellen en inbedden van missiegedreven innovaties en transities. Pilot-programma's leveren de noodzakelijke verbinding met de praktijk en de empirische setting om een wisselwerking tussen kennisontwikkeling en validatie tot stand te brengen. In pilot-programma’s zet de creatieve industrie haar vermogen in om technologie te vertalen naar marktkansen en kennis te valoriseren. Daarbij worden onder andere KEM’s uit de volgende categorieën ingezet en doorontwikkeld:

  • Experimentele omgevingen: binnen de programmalijnen is behoefte aan experimenteerruimte; virtuele of fysieke locaties waar partijen samenwerken aan maatschappelijke uitdagingen in de daadwerkelijke dynamiek van de probleemsituatie. KEM’s van allerlei labs (fieldlabs, living labs, policy labs) kunnen verder doorontwikkeld en aangescherpt worden met kennis over hoe goede resultaten uitgedragen, gedeeld en versneld worden en hoe continuïteit geborgd wordt.

De cases FoodfoCare en Fieldlab Sociale Cohesie illustreren de waarde van experimenten voor het snel tot stand brengen van innovaties.

  • Gedrag en empowerment: door innovaties tijdig in een echte omgeving te testen en te demonstreren, kan zowel de technologische als de gedragscomponent getoetst en ontwikkeld worden.

De cases FoodforCare en Vegetarische Slager nemen deze gedragscomponent als uitgangspunt in hun experimenten.

3. Versnellen en opschalen in de regio: het ondersteunen van missieprogramma’s door het toepassen van kennis en methodes. Hierbij vervult de creatieve industrie de rol van change agent. Zij levert de drijvende kracht om via bedrijven en betrokken partijen de transities in beweging te brengen en inbedding te organiseren door onder andere KEM’s in te zetten uit de categorieën:

  • Visie en verbeelding: vanwege de multidimensionale problematiek in systemen is het belangrijk om de op elkaar ingrijpende veranderingen en interventies strak te orkestreren. Daar waar in een gebied of regio meerdere problematieken samenkomen, zorgt de ontwikkeling van een integrale visie die de toekomst van dat gebied verbeeldt ervoor dat veranderingen elkaar versterken en voorkomt het dat zij elkaar tegenwerken.

De cases Reframing Youth Care en Transparant Charging Station laten de waarde van een zorgvuldig opgebouwde visie en de kracht van verbeelding bij de opbouw daarvan zien.

  • Participatie en co-creatie: omdat het succes van interventies en transities afhangt van adoptie van de veranderingen door mensen, is het belangrijk om hun belangen en verlangens voorop te stellen bij de ontwikkeling van interventies. De creatieve industrie zet haar KEM’s in om alle stakeholders mee te krijgen, met de nadruk op gezamenlijke articulatie van gedeelde waarden en gezamenlijk ontwerp van gedeelde oplossingen.

De cases Smart Energy Cities en Zonnecoach laten zien hoe door middel van participatietechnieken begrip op te bouwen is voor belangen en verlangens van stakeholders.